Thuiswerken door het Coronavirus – Hoe gaat het met Talking Buildings?

Thuiswerken door het Coronavirus – Hoe gaat het met Talking Buildings?

15 mei 2020

Bruikbare hints en tips ontvangen van een gebouw? Het lijkt science fiction, maar de techniek is er klaar voor. Binnen de DSH werkt Cegeka aan haar project Talking Buildings, waar een aantal deelonderwerpen onder vallen, zo ook een ‘pratende’ parkeergarage. In dit stuk een korte wijding over het project ‘Talking Parking Places’ met senior consultant Wico Mulder van Cegeka en HBO-ICT-student Nielis Brouwer.

Een pratende parkeergarage, hoe werkt dat precies?

 

“Hiervoor zal ik eerst het project Talking Buildings moeten toelichten. Vroeger praatten alleen mensen onderling, maar in de wereld van het Internet of Things (IoT) praten voorwerpen met elkaar en met mensen”, geeft Wico aan. “Binnen het onderzoeksthema ‘Talking Buildings’ maken we dit specifieker. In essentie komt het erop neer dat gebouwen in een smart city onderling kunnen overleggen en mensen van nuttige tips of hints kunnen voorzien."

Hoe is het idee voor Talking Buildings ontstaan?

 

“Het project is ontstaan vanuit een overkoepelde visie op mens-machine interactie. Dit is natuurlijk het domein van kunstmatige intelligentie, maar ook van big data en IoT. Sensoren zijn de ogen en oren van een gebouw. Zij kunnen data opleveren voor doelen als bijvoorbeeld preventief onderhoud, energiebesparing, werkplekcomfort en veiligheid. In combinatie met al aanwezige gegevens zoals bezettingsplanning, onderhoudsschema’s en agenda’s zijn er nieuwe vormen van dienstverlening mogelijk. Zo geven Talking Buildings aan of een ruimte een extra schoonmaakbeurt nodig heeft, het dak moet worden geïnspecteerd, er meer of minder ruimtes genut worden dan oorspronkelijk gepland, etc. Handig voor medewerkers en onderhoudspersoneel.”

Hoe ontstond het idee om parkeergarages te betrekken in Talking Buildings?

 

“Parkeergarages zijn een traditioneel voorbeeld van een toepassing in een smart city. Dit is echter niet de reden waarom wij er naar kijken. Parkeergarages zijn een makkelijk voorbeeld om je iets bij voor te stellen en tegelijkertijd ideaal om de basis mechanismen mee te kunnen toetsen. Simulaties en het gebruik van real life data zijn realistisch uitvoerbaar binnen de context van een afstudeerstage.”

Wat doet de toekomstige pratende parkeergarage voor de automobilist?

 

“Dankzij sensoren en een artificial intelligence-systeem zal een gebouw precies kunnen zien wanneer bepaalde ruimtes, in dit geval parkeerplekken, worden gebruikt. Het gebouw kan aan de aankomende automobilist precies vertellen waar hij kan parkeren. Als er geen plekken meer beschikbaar zijn, neemt de parkeergarage zelf contact op met andere parkeergarages om te vragen naar beschikbare plekken. De parkeergarage brengt vervolgens een advies uit aan de automobilist, zonder dat er een persoon aan te pas komt. De inzichten zullen we vertalen naar andere gebouwen in een stad. Binnenkort wordt het gebouw van de DSH onze proeftuin en worden er sensoren geplaatst waarmee we slimme algoritmen voor bezetting en benutting kunnen ontwikkelen.”

Nielis, hoe werk jij als student door aan Talking Parking Places tijdens de coronacrisis?

 

Als afstudeerder werk ik zelfstandig aan mijn opdracht, waar ik zowel beheerder als uitvoerder van het project ben”, zegt Nielis Brouwer, vierdejaars student HBO-ICT. “Voor de coronacrisis sprak ik met Wico af op zijn kantoor om ideeën te bespreken en te sparren. Nu zijn we overgestapt op Skype meetings. Ik vind het discussiëren en sparren lastiger gaan dan in fysieke besprekingen.”

“Ik merk wel dat het door online te communiceren makkelijker is om elkaar even kort te spreken. Thuis vanachter de computer is een email of telefoontje snel beantwoord, waardoor kleine vragen sneller opgelost zijn dan voorheen. Toch vind ik het lastiger om de motivatie en discipline te vinden afleidingen thuis, omdat privé en werk in elkaar over lopen. Normaal gesproken zou ik op een werkplek gaan zitten waar het stil is, zoals een kantoor of bibliotheek, maar nu op mijn studenten kamer. Ik heb voorkeur heb voor een ‘echte’ studie- of werkplek.”